Depo-medrol Lidoc 40mg Vial 40mg/ml 3 X 1ml

Op voorschrift
Geneesmiddel
Op bestelling
Ja

Onze Leveringsmethodes:

Afhaling in de apotheek

Dit is een geneesmiddel, geen langdurig gebruik zonder medisch advies, bewaren buiten bereik van kinderen, lees aandachtig de bijsluiter. Vraag raad aan uw arts of apotheker. In geval van bijverschijnselen, neem contact met uw huisarts.

Geneesmiddelen zijn geen gewone producten. Ze kunnen nooit teruggenomen of geruild worden. De wet verbiedt apothekers om ongebruikte geneesmiddelen terug te nemen. In het belang van uw veiligheid worden alle geneesmiddelen die u terugbrengt naar de apotheek gesorteerd bij de vervallen geneesmiddelen.

  • synovitis bij osteoartriti
  • reumatoïde artriti
  • acute en subacute bursiti
  • acute artritis bij jich
  • epicondyliti
  • acute aspecifieke tenosynoviti
  • posttraumatische osteoartriti

Welke stoffen zitten er in Depo-Medrol + Lidocaïne?

 De werkzame stoffen in dit medicijn zijn methylprednisolonacetaat en lidocaïnehydrochloridemonohydraat: Depo-Medrol + Lidocaïne bevat 40 mg methylprednisolonacetaat en 10 mg lidocaïnehydrochloridemonohydraat in 1 ml suspensie voor injectie.

 De andere stoffen in dit medicijn zijn: Macrogol 3350; benzylalcohol; myristyl-gamma- picoline chloride; natriumchloride; water voor injecties (zie rubriek 2 "Depo-Medrol + Lidocaïne bevat benzylalcohol en natrium").

  1. Mogelijke bijwerkingen

Zoals elk medicijn kan ook dit medicijn bijwerkingen hebben. Niet iedereen krijgt daarmee te maken.

In zeldzame gevallen kan dit medicijn een ernstige, potentieel levensbedreigende, allergische reactie (anafylactische shock) veroorzaken. Als u snel optredende ademhalingsmoeilijkheden, zwelling van gezicht en keel, een algemeen onwelzijn (shock) opmerkt, moet u onmiddellijk contact opnemen met een arts.

De kans op bijwerkingen is in het algemeen klein indien dit medicijn gedurende een korte periode wordt gebruikt. Deze kans op bijwerkingen neemt wel toe indien hoge dosissen worden gebruikt gedurende een lange periode. Uw medicijn bevat twee werkzame stoffen: bepaalde bijwerkingen houden verband met glucocorticoïde, andere met lidocaïne. Ze worden in deze bijsluiter samen vermeld.

De belangrijkste bijwerkingen die zich kunnen voordoen zijn:

 stoornissen van spieren en beenderen: groeiachterstand, spierzwakte/pijn, osteoporose, fracturen, wervelbreuken door verzakking, peesscheuring (vooral de achillespees), vernietiging van botweefsel, ziekte van de spieren (myopathie) en van de gewrichten, afname van de spiermassa, ziekte van de gewrichten (Charcot-artropathie), pijn in de gewrichten, spiertrekkingen, opflakkering van pijn na de injectie (een tijdelijke toename van de pijn op de injectieplaats).

 maagdarmstelselaandoeningen: maagdarmzweer, bloedverlies waarbij het bloed uit de maag komt, darmperforatie, ontsteking van de alvleesklier, ontsteking van de slokdarm (met of zonder zweer), buikpijn, opgezette buik, diarree, spijsverteringsstoornissen, misselijkheid, braken.

 huidaandoeningen: blauwe plekken, acne, angio-oedeem (allergische reactie), kleine bloedingen onder de huid (petechiën), dunne en kwetsbare huid, striae, te veel (hyperpigmentatie) of te weinig (hypopigmentatie) verkleuring van de huid, overbeharing bij vrouwen (hirsutisme), huiduitslag, roodheid van de huid, jeuk, netelroos, overmatige transpiratie, huidletsels.

 longen: aanhoudende hik, ademhalingsdepressie (moeite met ademhalen), ademhalingsstilstand.

 hartstoornissen: congestief hartfalen bij patiënten die daar gevoelig voor zijn, zwakke pols, ruptuur ter hoogte van het myocard (hartspier) als gevolg van een hartinfarct.

 vaataandoeningen: verhoging (hypertensie) of verlaging (hypotensie) van de bloeddruk, cardiovasculaire collaps, hartstilstand, vorming van stolsels in de bloedvaten (trombose), warmte en rood worden van de huid (overmatig blozen).

 bloedaandoeningen: verhoogd aantal witte bloedcellen in het bloed (hyperleukocytose).

 allergische reacties: reacties als gevolg van een verhoogde gevoeligheid voor vreemde stoffen.

 analyses en onderzoeken: kaliumverlies, wijziging van de resultaten van de bloedtesten met betrekking tot de leverwerking, verhoogde druk in het oog, verminderde tolerantie voor koolhydraten, verhoogd calciumgehalte in de urine, onderdrukking van reacties op huidtesten, verhoogd ureum in het bloed, negatieve stikstofbalans.

 algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen: vertraagde wondheling, zwelling (perifeer oedeem), irritatie, reacties op de injectieplaats, vermoeidheid, malaise, steriel abces (zonder aanwezigheid van microben), infectie op de injectieplaats na niet-steriele toediening, wijziging van de huid ter hoogte van de injectieplaats (dermale en subdermale atrofie, mogelijk leidend tot cutane depressies), warmtegevoel of koudegevoel.

- Intrathecale toediening
- Intraveneuze toediening
- Intranasale en oftalmische toediening en diverse injectieplaatsen (schedelhuid, orofarynx, ganglion sphenopalatinus)
- Systemische schimmelinfecties
- Overgevoeligheid voor methylprednisolonacetaat, voor lidocaïnehydrochloride, voor één van de in "Samenstelling" vermelde hulpstoffen van DEPO-MEDROL + Lidocaïne of voor lokale anesthetica van het amide type.

  • De dosis voor intra-articulaire toediening hangt af van de grootte van het gewricht en varieert naargelang van de ernst van de toestand van elke individuele patiënt
  • Knieën, enkels, schouders: 20 tot 80 mg
  • Ellebogen, polsen: 10 tot 40 mg
  • Metacarpofalangeaal, intrafalangeaal, sternoclaviculair, acromioclaviculair: 4 tot 10 mg
  • Toedieningswijz
    • Een steriele naald 20 tot 24 gauge (op een lege injectiespuit) wordt snel in de synoviale holte ingebracht
    • Wanneer de naald op haar plaats zit, de aspiratiespuit verwijderen en vervangen door een tweede spuit met de gewenste hoeveelheid DEPO-MEDROL + Lidocaïne.
    • Een weinig synoviaal vocht optrekken om zich ervan te vergewissen dat de naald nog steeds op haar plaats in de synoviale holte zit.
    • Na injectie, het gewricht enkele keren zacht bewegen om de vermenging van synoviaal vocht en suspensie te bevorderen.
    • De injectieplaats daarna met een steriel verbandje bedekken
    • Toedieningswijz
    • De injectieplaats moet zorgvuldig worden gereinigd en geïnfiltreerd met een oplossing à 1% procaïnehydrochloride. Met een lege spuit (naald kaliber 20 tot 24) wordt het vocht uit de bursa geaspireerd. Terwijl de naald ter plaatse blijft wordt de aspiratiespuit vervangen door een spuitje dat de gewenste dosis bevat. Na injectie wordt de naald verwijderd en wordt een verbandje aangelegd
    • Naargelang van de ernst van de aandoening kan de dosis variëren van 4 tot 30 mg.
    • Bij recurrerende of chronische gevallen kunnen herhaalde inspuitingen noodzakelijk blijken
    • Bij tendinitis of tenosynovitis: suspensie in de peesschede en niet in de pees zelf inspuiten.
    • Bij epicondylitis: suspensie in de pijnlijkste plek inspuiten
CNK0108670
OrganisatiesPfizer
MerkenPfizer
Breedte88 mm
Lengte153 mm
Diepte35 mm
Hoeveelheid verpakking3
Actieve ingrediëntenlidocaïne hydrochloride, methylprednisolon acetaat
BehoudKamertemperatuur (15°C - 25°C)